Op 17 mei viert l'Alfàs del Pi de Noorse nationale feestdag, en dat gebeurt sinds 1971 elk jaar. Er doen zo'n 2.000 mensen mee, veel van hen in bunad, de streekdracht waarvan de kleuren en snit verraden uit welk deel van Noorwegen een familie komt. Militair is er niets aan: de kinderen lopen voorop.
De ochtend begint met het hijsen van de Noorse vlag bij de Noorse instellingen en bij het gemeentehuis, gevolgd door een openluchtmis en daarna de optocht met volksdansen en muziekkorpsen, die eindigt met een officiële plechtigheid bij de Casa de Cultura. Daarna verplaatst het feest zich naar de gemeentelijke sporthal met activiteiten voor kinderen. Je hoeft geen Noor te zijn om mee te doen en reserveren hoeft niet: je loopt gewoon mee.
De datum herinnert aan de ondertekening van de Noorse grondwet in Eidsvoll in 1814. l'Alfàs del Pi herbergt na Londen de op één na grootste Noorse gemeenschap ter wereld, met ongeveer 2.500 ingeschrevenen en naar schatting 8.000 in de praktijk. Die gemeenschap heeft twee door Noorwegen gefinancierde scholen, een club met meer dan duizend leden, een eigen kerk in l'Albir en het enige Noorse vrijwilligerscentrum buiten het land zelf.

